India

 

Sociale situatie India

Op het platteland is de armoede echter nog groter dan in de stad en het percentage alfabeten aanzienlijk lager. Daarom richt SAC (Stichting Actie Calcutta) haar inspanningen hoofdzakelijk op de gebieden buiten Calcutta met name in de deelstaten West-Bengalen, Orissa en Jharkhand. Deze 3 behoren tot de meest arme van heel India met een zeer groot percentage kastelozen en tribalen.

80% van de projecten van SAC zijn ten behoeve van het platteland.

Kastelozen (ook wel dalits of onaanraakbaren genoemd)

Hindoes zijn ingedeeld in 4 kasten met als hoogste de Brahmanen (priesters) en laagste de Sudras (ambachtslieden en boeren). De kastelozen vallen buiten het kastesysteem. Volgens de Hindoe reincarnatiegedachte  heeft de kaste waarin je wordt geboren alles te maken met hoe je in je vorige leven hebt geleefd. Men veronderstelt, dat de kastelozen in hun vorig leven slecht hebben geleefd en daarvoor in dit leven moeten boeten. Deze veronderstelling houdt armoede en tegenstellingen in stand.
Kastelozen zijn van geboorte aangewezen op de smerigste baantjes zoals straatveger, lijkverbrander, kadaverruimer, leerlooier, pottenbakker, koelie. In de dorpen wonen ze gescheiden van de kaste-Hindoes, mogen ze geen gebruik maken van hun waterputten, hen niet aanraken en zelfs niet op hun schaduw trappen. Toch zijn die twee groepen op elkaar aangewezen. Want de kaste-Hindoes hebben land, dat ze door de kastelozen laten bewerken voor een karig loon. Kastelozen maken een vijfde deel van Indiase bevolking uit.

Eén familielid heeft een volledige dagtaak aan het verzamelen van hout.

Tribalen (inheemse stammen)

De tribalen noemen zichzelf adivasi wat letterlijk betekent “oorspronkelijke bewoner”. De tribale bevolking van bijna 90 miljoen omvat ca 100 verschillende etnische groepen. De Santals met 10 miljoen zijn de grootste. Ca. 3000 jaar geleden zijn de tribalen door de binnenvallende Ariërs (voornamelijk de latere Hindoes) naar ontoegankelijke gebieden verdreven zoals dichtbeboste en bergachtige gebieden en rivierdalen. Duizenden jaren behielden zij hun eigen cultuur. Ze zijn geen hindoe of moslim maar hebben een natuurgodsdienst.

Er zijn geen scholen in de kleine dorpjes.

 
Zij leefden van de natuurlijke opbrengst van het bos of land. Particulier grondbezit was er niet. Door ontbossing, aanleg van dammen, exploitatie van hun woongebied voor winning van mineralen en steenkool worden velen opnieuw verdreven. Op zoek naar werk migreren de tribale gezinnen naar andere gebieden, waar ze door hun werkgever uitgebuit worden. Onder de mannen komt excessief drankmisbruik voor. De tribalen zijn zeer zachtaardig en zijn niet gewend voor zichzelf op te komen. De algehele situatie van de tribalen is nog armzaliger dan die van de kastelozen.

Onderwijs

Het alfabetisme onder de kastelozen en de tribalen is erg laag vooral bij de vrouwen. In de grotere dorpen zijn wel openbare scholen, maar leerkrachten zijn vaak kaste-Hindoes uit de steden. Die willen niet in die dorpen wonen, omdat er te weinig voorzieningen zijn zoals elektriciteit, stromend water, sanitaire voorzieningen en goed onderwijs voor hun eigen kinderen. Hierdoor is het basis onderwijs in de dorpen vaak onvoldoende of  geheel afwezig.  Naast de overheidsscholen bestaan er ook particuliere scholen geleid door religieuzen. Deze staan bij de Indiërs in hoog aanzien. Vanwege de onderwijskwaliteit en de betrouwbaarheid werkt SAC veelal samen met deze instellingen.
De Indiase overheid heeft een bepaald percentage van de studieplaatsen aan openbare universiteiten en hogescholen gereserveerd voor de kastelozen en tribalen. Maar veel plaatsen worden niet benut, omdat de studenten niet aan de vereiste kwalificaties voldoen vanwege gebrek aan goed basisonderwijs. Voor banen bij overheidsdiensten geldt hetzelfde. Daarom richt SAC haar steun op onderwijs aan tribalen en kastelozen.

Onze hulp daar

Onze regio's

Op het kaartje is te zien waar het werkgebied van SAC ligt. Met hulp van SAC zijn in diverse plaatsen scholen en internaten gebouwd en de nodige onderwijsfaciliteiten verschaft zoals schoolmeubilair, sanitaire voorzieningen en waterputten.

Door financiële ondersteuning van SAC krijgen duizenden kinderen van zes tot zestien à achttien jaar nu les. Een aantal volgt daarna een eenvoudige beroepsopleiding, zoals chauffeur, elektricien, veeartsassistent, verpleegster, lerares of gaat naar college (HAVO of VWO). Een enkeling slaagt erin om naar een hogeschool of universiteit te gaan. Meisjes, die onderwijs hebben gehad en gaan trouwen, zijn in de dorpen de vraagbaak voor de andere vrouwen. Zij zijn de trekkers van de SHG’s (vrouwen zelfhulpgroepen), waar door spaarsystemen microkredieten verkregen kunnen worden en gunstige ontwikkelingen in hun gemeenschappen op gang komen. Dit soort vrouwen zijn de “agents of change”. Kasteloze en tribale studenten met een hogeschool- of universiteitopleiding voor arts, ingenieur, advocaat kunnen pleitbezorgers worden voor de ontwikkeling van hun gemeenschappen.
In de loop der jaren zijn de door SAC gesponsorde scholen een begrip geworden. We kunnen dan ook lang niet altijd voldoen aan de enorme vraag uit de bevolking. Uw hulp is van groot belang om door onderwijs de kinderen een betere toekomst te bieden.

Hostels

Veel kinderen wonen in piepkleine dorpjes in de rurale veraf gelegen gebieden in India. De afstanden naar een school zijn vaak veel te groot om dagelijks te lopen. De enige mogelijkheid is dan om naar een hostel te gaan, waar altijd een goed functionerende school in de buurt is.

Een groot nadeel van een verblijf in een hostel is, dat met name jonge kinderen lang van huis zijn en last hebben van heimwee. Maar de kinderen gaan zeker 4 keer per jaar op vakantie naar huis. En tussendoor komen de ouders op marktdagen, feestdagen of zondagen op bezoek.

Ondanks de nadelen zijn kinderen vaak beter af in een hostel. Er is meer regelmaat in hun leven, zij hoeven niet te werken of op hun jongere broertje of zusje te passen en ze leiden een tamelijk onbezorgd leven, hetgeen normaal moet zijn voor kinderen op die leeftijd. Er is medische verzorging en er wordt nauw gelet op hun hygiëne. Ze leren met elkaar om te gaan onafhankelijk van kaste of religie.

In het hostel wordt op diverse manieren geprobeerd de kinderen zoveel mogelijk te leren. Naast de gewone schoolvakken verrichten ze diverse werkjes, die hen in hun latere leven goed van pas komen. Ze zorgen voor het vee en de moestuin, houden het gebouw en het terrein schoon, wassen hun eigen kleren. Ook is er veel aandacht voor het geestelijk en lichamelijk welzijn van de kinderen. De kinderen doen ook veel aan toneel, zang en dans. Hierdoor krijgen ze zelfvertrouwen en zelfrespect. Het versterkt hun identiteitsgevoel.